Deze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies gebruiken we om uw bezoek aan onze website eenvoudiger en sneller te maken en om inzicht in het gebruik van onze te krijgen. Als u accepteert zonder uw instellingen te veranderen, dan gaan wij ervan uit dat u bereid bent de cookies van deze website te ontvangen. Maar als u zou willen, kunt u uw cookie-instellingen op ieder gewenst moment veranderen.

Advies

Bandenspanning / Oppompen

08 mei 2012

Valentino Rossi

Zorg er altijd voor dat zowel voor- als achterband correct zijn opgepompt en controleer regelmatig de bandenspanning. De bandenspanning heeft een direct effect op de prestaties en slijtage van uw banden.

Houd altijd beide banden op de spanning die wordt aanbevolen door de motorfietsfabrikant. Dit is belangrijk voor de veiligheid en duurzaamheid van de banden. In de handleiding van uw motorfiets kunt u de aanbevolen bandenspanning in koude toestand vinden. Op sommige motorfietsen kan de aanbevolen spanning voor de voor- en achterband verschillen. De spanning die wordt vermeld op de zijwand van de band betreft uitsluitend de spanning bij maximale belading. In sommige gevallen komt deze spanning overeen met de door de fabrikant aanbevolen instelling.

Rijden op banden met een te lage spanning is gevaarlijk. De banden bouwen dan overmatig veel warmte op, wat plotseling bandfalen kan veroorzaken. Dit kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood.

Een te lage spanning kan ook:

De band beschadigen, met bandfalen als gevolg
Het nemen van bochten bemoeilijken
De levensduur van de band verkorten
Tot een hoger brandstofverbruik leiden
Vermoeidheidsscheurtjes veroorzaken


Ook rijden op banden met een te hoge spanning kan gevaarlijk zijn. De banden lopen dan meer kans op insnijdingen, doorboringen of breuken bij plotselinge impact. Dit kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel of de dood. Overschrijd nooit de spanning die staat aangegeven op de zijwand van de band. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor de aanbevolen bandenspanning.

Pomp een band alleen op als deze zich op de motorfiets of op een apparaat voor bandenmontage bevindt. Het oppompen van een band die niet is vastgezet, is gevaarlijk. Als de band klapt, kan hij met explosieve kracht de lucht in geslingerd worden. Dit kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood.

Bandenspanning controleren
Controleer de bandenspanning minstens eens per week en voor u aan een lange rit begint. Gebruik hiervoor een nauwkeurige spanningsmeter.
Controleer de spanning als de banden 'koud' zijn. De banden zijn 'koud' als u minder dan anderhalve kilometer met gematigde snelheid op uw motorfiets hebt gereden of als deze minstens drie uur heeft stilgestaan.
Moet u lucht toevoegen aan banden die warm zijn, pomp ze dan op tot 0,28 bar / 4 p.s.i. boven de aanbevolen bandenspanning in koude toestand. Controleer de bandenspanning opnieuw wanneer de band koud is.
Laat nooit lucht uit een warme band lopen om de aanbevolen koude bandenspanning te bereiken. Door het rijden zullen de banden warmer worden en zal de bandenspanning toenemen. Als u lucht laat ontsnappen uit banden die warm zijn, kan dit tot een gevaarlijk lage spanning leiden.
Als uw banden meer dan 0,14 bar / 2 psi per maand aan spanning verliezen, is de band, het ventiel of het wiel mogelijk beschadigd. Laat uw lokale dealer een controle uitvoeren.

Ventielen en ventieldoppen
Oude of beschadigde ventielen kunnen voor luchtverlies zorgen. Vervang ze bij het plaatsen van nieuwe banden. Gebruik ventieldoppen (handvast dichtgedraaid) om stof, vuil en vocht bij het ventiel vandaan te houden en extra bescherming te bieden tegen het lekken van lucht.

Zorg er altijd voor dat uw voor- en achterbanden correct zijn opgepompt en controleer regelmatig de bandenspanning. De bandenspanning heeft een direct effect op de prestaties en slijtage van uw banden.